Mr. F.D. graaf Schimmelpenninck
bron: Onze Afgevaardigden
Conservatieve graaf die door een val van zijn paard beroemd werd. Daardoor kon hij in 1900 in de Tweede Kamer niet tegen de ontwerp-Leerplichtwet stemmen en haalde dat voorstel het met één stem verschil. "Het paard was verstandiger dan de meester", zeiden voorstanders van de wet. Maakte verder weinig indruk in de Tweede Kamer, waarin hij ruim zeven jaar het district Amersfoort vertegenwoordigde. Hij was een zoon van de conservatieve minister R.J. Schimmelpenninck en werd na een loopbaan bij de Rhijnspoorwegmaatschappij burgemeester van Amersfoort en vervolgens gedeputeerde en Commissaris van de Koningin in Utrecht.
Vrij-AR
functie(s) in de periode 1894-1901: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Francis David
titulatuur en naam
Mr. F.D. graaf Schimmelpenninck Francis David
geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 20 april 1854
overlijdensplaats en -datum
Baarn, 3 januari 1924
begraafplaats en -datum
Utrecht, 7 januari 1924
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
stroming(en)
conservatief/antirevolutionair
partij(en)
VAR (Vrij-Antirevolutionaire Partij), van 1897 tot 16 april 1903
CHP (Christelijk-Historische Partij), van 16 april 1903 tot 9 juli 1908
CHU (Christelijk-Historische Unie), vanaf 9 juli 1908
Hoofdfuncties/beroepen
adjunct-inspecteur tariefwezen, NRS (Nederlandsche Rijnspoorwegmaatschappij), van juni 1879 tot 1883
tweede secretaris NRS (Nederlandsche Rijnspoorwegmaatschappij), van 1883 tot 1890
burgemeester van Amersfoort, van 1 juli 1891 tot 25 november 1899 (benoemd bij K.B. van 20 juni; geïnstalleerd 9 juli)
lid Provinciale Staten van Utrecht, van 4 november 1891 tot juli 1905 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 mei 1894 tot 17 september 1901 (voor het kiesdistrict Amersfoort)
lid Gedeputeerde Staten van Utrecht, van 25 november 1899 tot 1 augustus 1905
Commissaris van de Koningin in Utrecht, van 1 augustus 1905 tot 1 augustus 1914 (benoemd bij K.B.van 27 juni 1905)
Nevenfuncties
voorzitter College van Notabelen der Nederlandse Hervormde Kerk te Amersfoort, van 1891 tot november 1899
directeur NRS (Nederlandsche Rhijnspoorwegmaatschappij) in liquidatie, vanaf december 1892
lid Raad van Commissarissen Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen ("S.S.")
lid (later voorzitter) Raad van Commissarissen Utrechtsche Hypotheekbank, vanaf 1895
lid Raad van Commissarissen Assurantiemaatschappij "De Jong & Co." te Amsterdam
lid college van toezicht op het beheer der kerkelijke goederen en fondsen van de Hervormde gemeenten in Utrecht, omstreeks 1901
kamerheer in buitengewone dienst van koningin Wilhelmina, van 24 juni 1903 tot 3 januari 1924
lid College van Curatoren Rijksuniversiteit Utrecht, van 18 januari 1906 tot 1914
directeur Vereeniging voor Christelijk Voorbereidend Universitair Onderwijs, vanaf juni 1914
voorzitter Maatschappij van Weldadigheid, afdeling Amersfoort
lid Raad van Commissarissen NCSM (Nederlandsche Centraal Spoorweg-Maatschappij), omstreeks 1920
Opleiding
academische studie
rechtsgeleerdheid (gepromoveerd op dissertatie), Rijksuniversiteit Leiden, van 30 september 1873 tot 28 mei 1879
Activiteiten
als parlementariër
Sprak in de Tweede Kamer vrij zelden (onder andere bij drie op het district Amersfoort gerichte onderwerpen)
opvallend stemgedrag
Hoewel hij anti-Takkiaan was, stemde hij in 1896 tegen de ontwerp-Kieswet van Van Houten
Stemde in 1899 tegen de ontwerp-Oorlogswet
Behoorde in 1901 tot de vier leden die tegen de ontwerp-Woningwet stemden
Wetenswaardigheden
algemeen
Werd in 1894 door de vrij-antirevolutionaire kiesvereniging Amersfoort met 1379 van de 2167 stemmen tot kandidaat gekozen
verkiezingen
Versloeg in 1894 in het district Amersfoort J.H. de Waal Malefijt (arp-takkiaan)
Versloeg in 1897 jhr. T.A.J. van Asch van Wijck (arp) na herstemming
Was in 1901 geen Tweede Kamerkandidaat
ridderorden
Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw, 30 augustus 1906
Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, augustus 1911
Publicaties van/over
lijst van publicaties
"De betekenis van hoofdverblijf en verblijf in art. 245 gemeentewet" (dissertatie, 1879)
literatuur/documentatie
H. Bovenkerk, scriptie Staatkundig-Historische Studiën, RU Leiden (1974)
Onze Afgevaardigden, 1897
Familie/gezin
echtgeno(o)t(e)/partner
Jkvr. A.H. Pauw van Wieldrecht, Agnes Henriëtte
kinderen
3 dochters en 2 zonen
vader
Mr. R.J. graaf Schimmelpenninck van Nijenhuis, Rutger Jan
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 9 mei 1821
moeder
H.W.E. Melvil, Henriëtte Wilhelmine Elisabeth
geboorteplaats en/of -datum
Amsterdam, 29 oktober 1827
broers en zusters
4 broers en 3 zussen
beroep grootvader (moederskant)
bankier
familierelaties