Vooraanstaande liberale politicus van Joodse komaf. Afwisselend Unie-liberaal en vrijzinnig-democraat. Voor hij in de politiek kwam advocaat. Zelfbewust en scherpzinnig, maar ook nogal hautain, breedsprakig en koppig. Bracht als minister van Justitie in het kabinet-De Meester de Wet op het arbeidscontract tot stand. Werd na zijn ministerschap opnieuw lid en, in 1917, op 76-jarige leeftijd fractievoorzitter van de Liberale Unie. Opvallend door zijn Assyrische baard en wat geaffecteerde spreektrant. Op hem werd in 1907 een (mislukte) moordaanslag gepleegd door een geestelijk gestoorde.