Vooraanstaande liberale politicus uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Zoon van J.G. Patijn die onder meer Tweede Kamerlid, burgemeester van Den Haag en Commissaris van de Koningin was. Kwam in 1905 voor het district Zierikzee in de Tweede Kamer, waar hij zich met uiteenlopende zaken bezighield. Bekleedde diverse functies in het bedrijfsleven en was voorzitter van enkele staatscommissies. Na zijn Kamerlidmaatschap korte tijd secretaris-generaal van het ministerie van Buitenlandse Zaken en in 1926 nog even in beeld als mogelijke formateur. Sloot zijn loopbaan af als topman van de Margarine Unie en Unilever in Nederland.