Liberaal politicus en bestuurder eind negentiende/begin twintigste eeuw. Na een loopbaan bij het Openbaar Ministerie in 1877 vrij onverwacht in het overwegend conservatieve district Gouda tot Tweede Kamerlid gekozen, na eerder gemeenteraadslid in Rotterdam en Statenlid te zijn geweest. Werd in 1882 burgemeester van Den Haag. Na zijn ontslag teruggekeerd in de Tweede Kamer, maar kort daarna benoemd tot advocaat-generaal. Besloot zijn bestuurlijke loopbaan als Commissaris van de Koningin in Zuid-Holland. Bekwaam jurist, die onder andere een belangrijk aandeel had in de totstandkoming van het Wetboek van Strafrecht. Vriendelijk en gezaghebbend man. 'Stamvader' van een bestuurlijk geslacht.