Tussen 1918 en 1922 vertegenwoordiger van de vooroorlogse (revolutionaire) Socialistische Partij in de Tweede Kamer. Was secretaris van het Nationaal Arbeids Secretariaat, de syndicalistische vakbeweging in Nederland. Weigerde zich in de Kamer te houden aan de vertrouwelijkheid van het gesprokene in Kamercommissies. Nadat hij kritiek had geuit op J.W. Kruyt, zijn collega in de revolutionair-socialistische fractie waarvan hij sinds 1918 deel uitmaakte, werd in februari 1920 de samenwerking verbroken en ging hij verder als eenling. Was ook gemeenteraadslid in Amsterdam en Groningen.