Telg uit een Rotterdamse oranjegezinde regentenfamilie, die onder Willem II korte tijd minister van Financiën en Binnenlandse Zaken was. Bekleedde, na in Den Haag advocaat te zijn geweest, het ambt van griffier van de Staten van Zeeland en maakte als afgevaardigde voor die provincie deel uit van de Dubbele Kamer in 1840. Voor 1848 ook kort staatsraad en Gouverneur van Zuid-Holland. Na 1853 Commissaris van de Koning in die provincie. Werd bij zijn aftreden in 1862 tot baron verheven. Besloot zijn loopbaan als Eerste Kamerlid. Behoorde tot de ultraconservatieven, die zich keerden tegen de politiek van Thorbecke en de zijnen.