In Groningen geboren edelman, die in Friesland bestuursfuncties bekleedde. Behoorde in de jaren 1840 tot de medestanders van Thorbecke en was in 1844 één der Negenmannen. Kwam na 1848 steeds meer in conservatief vaarwater terecht. Commissaris des Konings in Utrecht en Zeeland. Als minister werd hij na het aftreden van Van Zuylen van Nijevelt in 1861 kabinetsleider. Werd fel bestreden door de Thorbeckianen en zag zijn begroting verworpen worden. In 1862-1864 gematigd liberaal Tweede Kamerlid voor het district Middelburg.