Mr. Th. (Theo) Heemskerk

foto Mr. Th. (Theo) Heemskerk
bron: stadsarchief Amsterdam

Antirevolutionair die bijna vijfenveertig jaar actief was als politicus. Zoon van de conservatieve staatsman J. Heemskerk Azn. en afkomstig uit een Amsterdams remonstrants koopmansgezin. Werd later gereformeerd. Kwam in 1888 in de Tweede Kamer en was tevens zeven jaar wethouder van Amsterdam. Weigerde in 1901 minister te worden onder Kuyper en werd in 1908 tegen diens zin kabinetsleider, hetgeen leidde tot een conflict. Na zijn premierschap staatsraad en in de periode 1918-1925 minister van Justitie die belangrijke wetgeving tot stand bracht. In 1929 verving Colijn hem nogal onverhoeds als fractievoorzitter. Hij bleef toen wel Kamerlid. Had de naam zaken soms wat te gemakkelijk op te nemen, maar wist zich door zijn intellect en spreekvaardigheid steeds staande te houden in debatten. Zijn luchtige wijze van optreden bezorgde zijn regeerperiode het predikaat 'jolig Christendom'.

antirevolutionair, ARP
in de periode 1888-1932: lid Tweede Kamer, fractievoorzitter TK, minister, lid Raad van State

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Voornaam (roepnaam)

Theodorus (Theo)

2.

Personalia

geboorteplaats en -datum
Amsterdam, 20 juli 1852

overlijdensplaats en -datum
Utrecht, 12 juni 1932

3.

Partij/stroming

stroming(en)
Takkiaan, 1894

partij(en)
ARP (Anti-Revolutionaire Partij), vanaf 17 mei 1881

4.

Hoofdfuncties/beroepen (16/23)

  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 1 mei 1888 tot 15 september 1891 (voor het kiesdistrict Ridderkerk)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 april 1893 tot 20 maart 1894 (voor het kiesdistrict Harlingen)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 juni 1894 tot 21 september 1897 (voor het kiesdistrict Sneek)
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 17 september 1901 tot 11 februari 1908 (1901-1905 voor het kiesdistrict Amsterdam VII, 1905-1908 voor het kiesdistrict Sliedrecht)
  • voorzitter A.R.-Kamerclub, Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 22 september 1903 tot 11 februari 1908
  • minister van Binnenlandse Zaken, van 11 februari 1908 tot 29 augustus 1913
  • voorzitter van de ministerraad, van 12 februari 1908 tot 29 augustus 1913 (formeel tijdelijk)
  • minister van Koloniën ad interim, van 12 februari 1908 tot 18 mei 1908 (in afwachting van het aantreden van A.W.F. Idenburg)
  • minister van Justitie ad interim, van 11 mei 1910 tot 7 juni 1910 (na het aftreden van minister Nelissen)
  • waarnemend minister van Justitie, van 7 januari 1913 tot 18 januari 1913 (vanwege ziekte van minister E. Regout)
  • minister van Justitie ad interim, van 18 januari 1913 tot 29 augustus 1913 (na het overlijden van minister E. Regout)
  • lid Raad van State, van 1 oktober 1913 tot 9 september 1918 (benoemd bij K.B. van 11 september 1913)
  • minister van Justitie, van 9 september 1918 tot 4 augustus 1925
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 25 juli 1922 tot 18 september 1922
  • lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 15 september 1925 tot 12 juni 1932
  • fractievoorzitter ARP Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 16 september 1925 tot 17 september 1929

ambtstitel
  • minister van staat, van 27 augustus 1926 tot 12 juni 1932

(in)formateurschap(pen)
  • kabinetsformateur, van 16 januari 1908 tot 11 februari 1908

U ziet een selectie van de loopbaan. In de uitgebreide versie is de gehele loopbaan in te zien.

5.

Partijpolitieke functies (0/3)

In de uitgebreide versie is een overzicht van partijpolitieke functies opgenomen.

6.

Nevenfuncties (2/22)

  • lid Nederlandse delegatie IPU (Interparlementaire Unie)
  • lid internationale commissie voor juridische vraagstukken, IPU, omstreeks 1932

afgeleide functies, presidia etc. (2/14)
  • lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van april 1930 tot september 1931
  • voorzitter Commissie van Voorbereiding voor het wetsontwerp wijziging Huwelijksvermogensrecht (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van juni 1930 tot juni 1932

U ziet een selectie van de nevenfuncties. In de uitgebreide versie is een overzicht van nevenfuncties in te zien.

7.

Opleiding

In de uitgebreide versie is een overzicht van de opleiding(en) opgenomen.

8.

Activiteiten

als parlementariër
  • Sprak in de Tweede Kamer over uiteenlopende onderwerpen op het gebied van financiën, justitie, het krankzinnigenwezen, arbeid, Suriname, het kiesrecht en het binnenlands bestuur
  • Stemde in 1896 tegen het kiesrechtvoorstel van Van Houten

als bewindspersoon (beleidsmatig) (2/4)
  • Belangrijkste benoemingen tijdens zijn ministerschap (1908-1913): jhr. J. Röell (lib., vicepresident Raad van State), P.A.V. baron van Harinxma thoe Slooten (lib., Commissaris der Koningin in Friesland), jhr. S. van Citters (arp, Commissaris der Koningin in Gelderland), W.F. van Leeuwen (lib., Commissaris der Koningin in Noord-Holland), E.C. baron Sweerts de Landas Wyborgh (arp, Commissaris der Koningin in Zuid-Holland), A. baron Röell (lib., burgemeester van Amsterdam), jhr. N.Ch. de Gijselaar (chu, Leiden), L.W.Ch. van den Berg (arp, Delft).
  • Diende in 1920 een wetsvoorstel in over de rechtstoestand van de ambtenaren. Dit voorstel werd later ingetrokken en vervangen door de Ambtenarenwet.

als bewindspersoon (wetgeving) (2/23)
  • Bracht in 1925 de zgn. Psychopatenwet (Stb. 221, 1926) tot stand. Deze regelde de bestraffing van personen bij wie tijdens het begaan van een strafbaar feit gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing in de geestesontwikkeling bestond. Er werd voortaan onderscheid gemaakt tussen ontoerekeningsvatbaren en verminderd toerekeningsvatbaren. Bij ontoerekeningsvatbaarheid was naast gedwongen opneming in een Krankzinnigengesticht ter beschikkingstelling van de regering (t.b.r.) mogelijk, waarbij gedwongen verpleging in een rijksasiel volgde. De wet werd in 1928, na een technische herziening, ingevoerd.
  • Bracht in 1925 de zgn. Geldboetewet tot stand, waardoor de rechter de mogelijkheid kreeg om bij eenvoudige misdrijven de gevangenisstraf om te zetten in een geldboete

U ziet een selectie van activiteiten. In de uitgebreide versie is het gehele overzicht van activiteiten in te zien.

9.

Wetenswaardigheden

algemeen (3/6)
  • Uitte in november 1915 samen met Anema, Bavinck, Diepenhorst en De Vries in de brochure 'Leider en leiding in de A.R. Partij' kritiek op het leiderschap van Abraham Kuyper. Zij pleitten voor een minder dominante leiding en meer vrijheid voor de leden.
  • Was in 1929 lange tijd niet "on speaking terms" met Colijn, nadat deze hem was opgevolgd als voorzitter van de ARP-Tweede Kamerfractie
  • Werd in 1929 bij de verkiezing voor de voorzitter en ondervoorzitters van de Tweede Kamer verslagen door resp. Van Schaik, Schaper en Beumer

uit de privésfeer (3/6)
  • In eigen antirevolutionaire (gereformeerde) kring stelden velen zich soms enigszins gereserveerd op tegenover hem, omdat hij - anders dan gebruikelijk was in zijn kring - regelmatig toneelvoorstellingen en bioscopen bezocht. Nog bedenkelijker werd het geacht, dat zijn echtgenote als toneelspeelster optrad. Ook het gebruik van grapjes in debatten door hem werd niet altijd gewaardeerd.
  • Zijn eerste echtgenote was een kleindochter van Jacob van Lennep, schrijver, dichter en Tweede Kamerlid
  • Zijn relatie met zijn tweede echtgenote stond lange tijd onder spanning, waarbij er na enige tijd sprake was van een scheiding van tafel en bed; zij weigerde in 1908, toen Heemskerk minister werd, naar Den Haag te verhuizen.

anekdotes en citaten (3/5)
  • Van hem was de uitdrukking: "een stelsel van stelselmatige stelselloosheid"
  • Tijdens een lange redevoering van een Kamerlid riep hij uit: "Dat spreekt ... boekdelen", waarbij op een stapel Handelingen wees
  • Toen hij minister van Justitie ad interim was, meldde hij een Kamerlid dat klaagde dat een antwoord op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken zo lang uitbleef: "Ik heb juist vanmorgen als minister van Binnenlandse Zaken een brief op poten gestuurd naar de minister van Justitie, want ik vind dat die de zaak wat lang onder zich houdt."

verkiezingen (3/11)
  • Werd in 1901 in de districten Gouda en Amsterdam VII gekozen en nam zitting voor Amsterdam VII. Versloeg in Amsterdam VII B.H. Heldt (vdb) en in Gouda C.J.E. graaf van Bylandt (o.l.) na herstemming.
  • Werd in 1905 in het district Amsterdam VII na herstemming verslagen door C.J.F. Blooker (lib.)
  • Versloeg in 1905 in het district Sliedrecht jhr. H. Smissaert (o.l.) na herstemming

niet-aanvaarde politieke functies
  • wethouder van Amsterdam, september 1893 (geweigerd, omdat er volgens hem een onvoldoende politieke basis was voor zijn wethouderschap)
  • minister van Binnenlandse Zaken, juli 1901 (geweigerd)
  • lid Tweede Kamer, juli 1918 (geweigerd vanwege geschil met Kuyper)

U ziet een selectie van wetenswaardigheden. In de uitgebreide versie is een overzicht van wetenswaardigheden opgenomen.

10.

Familie/gezin

In de uitgebreide versie zijn, indien bekend, de familierelaties opgenomen.

11.

Uitgebreide versie

In het digitale biografisch archief van PDC, partner van het Montesquieu Instituut, is een uitgebreide versie van deze pagina aanwezig met bijvoorbeeld partijpolitieke functies, maatschappelijke nevenfuncties, opleiding en wetenswaardigheden. Laat het ons weten als u daar belangstelling voor heeft.


Op bovenstaande tekst en gegevens zijn auteursrechten van PDC van toepassing; overname, in welke vorm dan ook, is zonder expliciete goedkeuring niet toegestaan. Ook de afbeeldingen zijn niet rechtenvrij.

De biografieën betreffen vooral de periode waarin iemand politiek en bestuurlijk actief is of was. PDC ontvangt graag gemotiveerde aanvullingen of correcties.