Vooraanstaand liberaal Tweede Kamerlid uit een conservatieve protestantse artistocratische familie. Was in Den Haag een bekend advocaat na burgemeester te zijn geweest in het Westland. Kwam na diverse mislukte pogingen in 1905 als onafhankelijk Unie-liberaal in de Kamer. Goed spreker, die zijn redevoeringen hield op de wijze waarop hij voor de balie zijn pleidooien hield. Had altijd 'het gehoor' van de Kamer. Sprak vaak over financiële en justitiële onderwerpen en over buitenlandse zaken. Conservatief op sociaal gebied en antiklerikaal. Interpelleerde in 1910 de regering over de door protestanten als beledigend opgevatte Borromeus-encycliek.