Amsterdamse advocaat die als jonge man (hij was 33 jaar) korte tijd minister van Marine in het eerste kabinet-Ruijs de Beerenbrouck was. Dankte zijn ministerschap waarschijnlijk vooral aan het feit dat hij compagnon van minister De Vries was geweest. Kwam in conflict met de Tweede Kamer over de bouw van nieuwe schepen en trad af nadat zijn begroting mede door toedoen van enkele van zijn geestverwanten was verworpen. Nadien ARP-Tweede Kamerlid en fractiesecretaris. In de Kamer onder andere woordvoerder volksgezondheid en vanaf 1928 koloniaal woordvoerder als opvolger van Scheurer. Sprak met een donkere, sonore stem en maakte als spreker brede armgebaren.