Amsterdamse rechter en Tweede Kamerlid uit een bekend regentengeslacht. Maakte als voorstander van hervormingen deel uit van de Dubbele Kamer in 1848 en was na 1848 Tweede Kamerlid voor Amsterdam. Representant van de gegoede gematigd liberale Amsterdamse burgerij, die vóór beter toezicht op de overheidsfinanciën was, maar volksinvloed op het bestuur afwees. Werd in 1850 door Thorbecke benoemd tot Commissaris van de Koning in Overijssel en bleef dat tien jaar.