Een overschatte nacht

Onlangs werd stilgestaan bij de 'Nacht van Schmelzer', die op 14 oktober zestig jaar geleden plaatsvond. Trouw-columnist Hans Goslinga schreef zelfs over de 'diepe sporen' van die 'Nacht', die nu nog voelbaar zouden zijn.1) Niemand zal betwisten dat de 'Nacht' vol drama was: een kabinet en premier die door zijn eigen partij in de Tweede Kamer werden 'weggestuurd'. Bovendien voor het eerst in het televisietijdperk. Maar de betekenis van de 'Nacht' wordt in politieke zin nogal overschat. Er worden ten onrechte allerlei gevolgen aan verbonden, zoals sterk gewijzigde verhoudingen, het einde van de pacificatie en het begin van de polarisatie.
 
De datum 14 oktober was ook de oprichtingsdatum van D'66 (toen nog met apostrof). Het initiatief daartoe kan daarom onmogelijk een relatie hebben met de 'Nacht'. Hetzelfde gold voor de oprichting van Nieuw Links, de vernieuwingsbeweging in de PvdA. Die beweging, gericht op scherpere tegenstellingen in de politiek, was al in 1965 ontstaan. De wens tot polarisatie en een 'aanval' op de centrumpositie van de christendemocraten waren al voor de 'Nacht' ingezet. Vooral jongeren namen daarin het voortouw.
 
Na de verkiezingen van 1967 werd - na het kabinet-Cals als 'progressief intermezzo' - teruggekeerd naar het sinds 1959 bestaande verbond van christendemocraten en VVD. Toen waren de christendemocraten (en met name de KVP) doelbewust een andere kant op geslagen. 
 
Het directe effect van de 'Nacht' was in 1968 een kleine afsplitsing bij de KVP (bij de ARP vertrok alleen de nog onbekende Bas de Gaay Fortman). Erg groot was het aantal 'weglopers' niet. Vier in een fractie van tweeënveertig, van wie er één (Van Doorn) de Kamer verliet. In 1971 haalde de PPR twee zetels. Dat de KVP in 1967 acht zetels verloor, was in lijn met de reeds ingezette trend van ontkerkelijking. Bovendien was in 1963 de kiesrechtleeftijd verlaagd van 23 naar 21 jaar. De komst van D'66 - voorstander van blokvorming en een gekozen formateur- was van minstens zo grote betekenis.
 
De val van Cals betekende een streep door voorstellen over een groter staatsaandeel in de gasbaten, aanpak van grondspeculatie, een volksverzekering tegen ziektekosten en een hogere erfbelasting. Kortom: een overwinning van het electoraal dominante 'rechts'. Links hoopte vanaf 1967 dat er bij de christendemocraten een scheiding der geesten zou komen. Dat bleek een illusie. De 'Nacht' zorgde daarom niet voor wezenlijk andere verhoudingen. En voor zover er verschuivingen kwamen, lagen daar andere factoren aan ten grondslag: welvaartstoename (met vanaf 1972 winst voor de VVD), nieuwe kiezers, ontkerkelijking en ontzuiling.
 
Dat de christendemocraten van 76 zetels in 1963 teruggingen naar 48 in 1972 betekende niet dat hun centrumpositie verdween. Zowel in het tijdperk-Lubbers als daarna onder Balkenende kon nog altijd worden gekozen tussen 'rechts' of 'links'. De keuze voor 'links' was, net als in 1965, vrijwel altijd de tweede keuze. Dat was alleen in 1989 niet zo. De meerderheidsstrategie van links maakte het voor de christendemocraten wel makkelijker hun voorkeur te realiseren, al kostte dat in 1977 enkele maanden.
 
De 'Nacht' was een spectaculaire en dramatische gebeurtenis, maar niet een aanzet tot wezenlijk andere verhoudingen in de Nederlandse politiek. Het einde van de pacificatie was al in 1958 (of zelfs 1956) ingezet en de polarisatie in 1965. De centrumrechtse spilpositie bleef tot 2010 bestaan, met 1994-2002 als intermezzo. In die zin werd en wordt de betekenis van de 'Nacht' tamelijk overschat.
 

1. Hans Goslinga, 'De Nacht van Schmelzer werpt een lange schaduw', Trouw 17 oktober 2026

2. Het aantal uitgebrachte stemmen steeg van 6,4 mln. in 1963 naar 7,0 mln. in 1967.