"Als hij knorrige geluiden maakt of boze gezichten trekt, zeg ik nee". Oud-premier Van Agt paste in september 1981 naar eigen zeggen stiekem de tafelschikking in de Trêveszaal aan, kort voor de eerste bijeenkomst van de bewindspersonen-in-spe die het kabinet-Van Agt II zouden gaan vormen. Hij verplaatste de naambordjes opdat hij minister van Financiën Fons van der Stee recht in de ogen kon kijken. Financiële wensen van collega-ministers zou hij onmiddellijk toetsen aan de gelaatsuitdrukking van Van der Stee, die hij als oude studievriend blindelings vertrouwde.1)
Binnen een kabinet is een goede verstandhouding tussen de minister-president en de minister van Financiën van belang. Van Agt had kennelijk leergeld betaald, want in een eerder kabinet onder zijn leiding ging het juist op dat vlak mis: in 1980 trad minister van Financiën Andriessen af omdat hij zich niet kon vinden in het voorgenomen beleid van het kabinet-Van Agt/Wiegel. Andriessen zag tot zijn leedwezen dat het voorgenomen bezuinigingsplan Bestek ’81 niet uit de verf kwam en besloot zijn ontslag in te dienen. In zijn dagboek schreef hij woedend dat Van Agt hem had laten vallen als een baksteen.
De relatie tussen de minister-president en de schatkistbewaarder hoeft geen vriendschappelijke te zijn. Zo waren minister-president Jan Peter Balkenende (CDA) en minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) geen beste maten, zeker niet na de felle en persoonlijke verkiezingscampagne van 2006 ("U draait en u bent niet eerlijk"). Toch slaagden zij erin gezamenlijk op te trekken bij het bestrijden van de ‘bankencrisis’ die in het najaar van 2008 uitbrak.
De verhouding brengt per definitie spanning met zich mee, omdat Financiën geacht wordt tegenwicht te bieden aan de eindeloze wensenlijst die daar vanuit Kamer en kabinet wordt neergelegd. Of het nu infrastructuur, gezondheidszorg of lastenverlichting betreft, het geld moet ergens vandaan komen. Hameren op begrotingsregels is de reflex die elke Opperpenningmeester zich snel eigen maakt.
De minister van Financiën is machtig, maar heeft in de ministerraad slechts één stem, net als de andere ministers. Gezamenlijk optrekken met de premier sterkt de positie. Zij of hij heeft naast een financiële werkelijkheid ook rekening te houden met een politieke werkelijkheid. Als alles in tabellen is gegoten, moet er ook nog draagvlak zijn voor de afwegingen, zowel binnen als buiten de (minderheids)coalitie.
De puzzel heeft meerdere dimensies en is niet alleen te leggen. Minister-president Jetten en minister van Financiën Heinen zullen zich hier dus eendrachtig over moeten buigen.
1) Van Agt in gesprek met Coen Verbraak, ‘Kijken in de ziel – Premiers (deel 1)’ NTR 2018.