De spiegel van Ceuta

Het PvdA-Kamerlid (1989-2002) Thanasis Apostolou kwam in 1971 als jongeman vanuit Griekenland naar Nederland. Hij zou zich zijn hele werkzame leven inspannen om migranten maatschappelijk mee te laten doen. Toch wilde hij zich als politicus liever niet laten voorstaan op zijn persoonlijke levensverhaal, en ook niet met zijn migratieachtergrond worden vereenzelvigd.

Anderen, zo moest hij ervaren, deden dat wel voor hem. Voor Hans Janmaat, extreem-rechts, waren volksvertegenwoordigers met een niet-Westerse achtergrond een dankbaar mikpunt. ‘Neem nou het Kamerlid Apostolou.’ Die zit nog steeds half met zijn gedachten in Griekenland’.1)

Sinds de jaren tachtig groeit het aantal Tweede Kamerleden dat zelf, of van wie ten minste één ouder, niet in Nederland geboren is. Inmiddels loopt Nederland qua politici met buitenlandse wortels zelfs voorop in Europa, al is het nog niet evenredig aan het aantal Nederlanders met een migratieachtergrond. In de huidige Kamer gaat om 18 leden, overwegend met Marokkaanse, Turkse en Surinaamse roots.

Hun aanwezigheid is belangrijk, laten kiezersonderzoeken keer op keer zien. Politici met gedeelde ervaringen, religieuze overtuiging en/of migratieachtergrond, zorgen volgens respondenten voor een meer responsief politiek systeem dat beter in staat is de problemen te adresseren van mensen die op hen lijken. Dit is een belangrijke voorwaarde voor vertrouwen in politiek en instituties. 2)

Maar het gaat natuurlijk niet alleen om de poppetjes. Het probleem van gebrek aan erkenning en acceptatie is niet automatisch opgelost als er meer personen met een migratieachtergrond in de politiek aanwezig zijn; deze personen moet ook de ruimte krijgen om gedeelde verhalen, belangen en standpunten onder de aandacht te brengen.

En daar gaapt een forse kloof, waaraan emancipatiepartijen als DENK en BIJ1, nog niet veel hebben kunnen veranderen. Politici met een migratie-achtergrond zitten klem tussen twee vuren. Aan de ene kant zijn er de verwachtingen van kiezers van gelijke achtergrond die zich ondervertegenwoordigd voelen. Daar tegenover staat een groep autochtonen, die meent dat de belangen van mensen mét een migratieachtergrond te veel worden behartigd – en juist vinden dat mensen zoals zij te weinig worden gehoord. Daar heeft uiterst rechts nog weer weinig in betekend.

In deze context moeten Kamerleden met migratieroots zien te navigeren. Een vorig jaar verschenen rapport van drie Amsterdamse politicologen maakt duidelijk hoe ingewikkeld dat voor ze is.3) Politici met een migratieachtergrond ervaren hyperzichtbaarheid en extra weerstand, waarbij zij vaak disproportioneel worden beoordeeld op hun komaf in plaats van hun politieke prestaties.

De geïnterviewde politici staan gemengd tegenover de vraag of politici hun migratieachtergrond zouden moeten benadrukken. Voor sommigen is dat een manier om op authentieke wijze verbinding te maken met zowel kiezers als collega’s, en een waardevol perspectief toe te voegen aan de politiek. Zij willen laten zien dat ze hun levenstraject meenemen, en gelijke ervaringen (h)erkennen. Anderen manen echter voorzichtiger te zijn en menen dat het benadrukken van een migratieachtergrond het risico met zich meebrengt dat je als politicus wordt gereduceerd tot slechts dat ene kenmerk. Allemaal beseffen ze echter dat ze rolmodellen, zijn, en dat zorgt interne worsteling.

Wie zulke reflecties leest, luistert toch met een ander oor naar de politieke reacties op de gebeurtenissen in Ceuta.

De eerste oprispingen in de media waren voorspelbaar: een toon van mededogen op links, een toon van repressie op rechts. Sensitiviteit was ondergeschikt aan partijlijn en electorale belangen, zoals inmiddels bij zo’n beetje elke ramp of crisis. Het zijn in de eerste plaats politieke events.

Van bijzondere herkenning of erkenning door Kamerleden die zelf eerder in hun leven de vrijheid en toegankelijkheid van Europa hadden gezocht, klonk weinig. Ulysse Ellian – om er maar één uit te lichten – laat zich als zoon van een bedreigde Iraanse politieke vluchteling in de Kamer geregeld voorstaan op zijn besef dat vrijheid en veiligheid niet vanzelfsprekend zijn. Nu sprak hij voor de camera onbewogen over ‘opsporen, identiteit vaststellen, terugsturen’ – vergezeld van een wegwuifgebaar. Overcompensatie, uit loyaliteit aan Nederland?

Heel wat minder stellig, en daarmee misschien wel veelzeggender, waren de uitspraken van enkele Marokkaanse Nederlanders in gesprek met de Volkskrant. Zij vertellen van hevige tegenstrijdige gevoelens. Eén van hen, theatermaakster Hajar Fargan, noemde Ceuta een pijnlijke spiegel. ‘Wij zijn als Europeanen medeplichtig. Ook ik maak gebruik van alle voorzieningen die Europa te bieden heeft. En van het feit dat Europa een fort is en dat er aan de grens mensen worden tegengehouden. Maar Europa is ook mijn thuis. Het is de plek waar mijn geliefden wonen en waar mijn geschiedenis ligt.’

Kon die worsteling nu ook in de Tweede Kamer maar wat meer tot uitdrukking komen. 


Columns


  1. NRC Handelsblad, 20 januari 1994.
  2. Zie Marcel Lubbers en Niels Spierings, ‘Kiezers met een migratieachtergrond ervaren nog altijd te weinig behartiging van belangen’, Weblog Stuk Rood Vlees, 21 november 2023 en Jaco Dagevos en Floris Vermeulen, ‘Is de politiek er voor iedereen? Ervaren representatie, institutioneel vertrouwen en politieke participatie bij personen met een migratieachtergrond’, Weblog Stuk Rood Vlees, 24 januari 2024.
  3. Sarah Runderkamp, Liza Mügge en Melanie Ihuoma, Hyperzichtbaarheid in de schaduw van de macht: politici met een migratie-achtergrond in Nederland (Universiteit van Amsterdam 2025).