Zeeuw die bijna veertig jaar verbonden was aan de Raad van State. Was bij dat college aanvankelijk ambtenaar en daarna secretaris. Na die functie drie jaar te hebben vervuld, werd hij in 1841 staatsraad. Dat bleef hij tot zijn overlijden in 1861, De laatste drie jaar daarvan was hij voorzittend lid. Zijn vader was eveneens staatsraad en daarnaast lid van de Algemene Rekenkamer en Eerste Kamerlid.