Drentse Commissaris van de Koningin in de eerste twee decennia van de twintigste eeuw. Na advocaat in Assen te zijn geweest, werd hij in 1882 gedeputeerde en bleef dat tweeëntwintig jaar. In 1904 volgde hij Van Swinderen op als Commissaris. Degelijke regent, die goede contacten had met de burgemeesters in zijn provincie. Stichter van een gouverneursdynastie: zowel zijn zoon als twee van zijn kleinzoons waren Commissaris van de Koningin.