Telg van een Gelderse katholieke familie, die na zijn rechtenstudie advocaat was en vervolgens burgemeester van Culemborg en Breda. Volgde in 1918 Ruijs de Beerenbrouck op als Commissaris van de Koningin in Limburg, een functie die zijn grootvader De Kuyper ook had bekleed. Werd zowel toen hij burgemeester was als tijdens zijn Commissarisschap alom gewaardeerd vanwege zijn vriendelijke en correcte opstelling. Zette zich in voor de industrialisatie van Limburg.