Negentiende-eeuws bestuurder uit een oorspronkelijk Rotterdamse notabelenfamilie, die twee perioden in de Tweede Kamer zat. Zoon van conservatief Tweede Kamerlid. In de jaren 1850 advocaat in Nederlands-Indië en na terugkeer in Nederland actief in organisaties op koloniaal gebied. Was na de ontbinding van 1866 afgevaardigde voor het district Alkmaar en vanaf 1869 zes jaar voor Amsterdam. Droeg in de Kamer vooral conservatieve opvattingen uit op koloniaal gebied. Later staatsraad in b.g.d. en zeven jaar Commissaris des Konings in Utrecht.