Liberale Unie
functie(s) in de periode 1905-1918: lid Tweede Kamer
Personalia
voornamen (roepnaam)
Jan Willem
titulatuur en naam
J.W. IJzerman Jan Willem
wijziging in naam en/of titulatuur
- J.W. IJzerman, tot 1921
- Dr. J.W. IJzerman, vanaf 1921 (nadat aan hem door de Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam een eredoctoraat was verleend)
geboorteplaats en -datum
Leerdam, 9 april 1851
overlijdensplaats en -datum
's-Gravenhage, 10 oktober 1932
levensbeschouwing
Hervormd
Partij/stroming
partij(en)
Liberale Unie
Hoofdfuncties/beroepen
- tweede luitenant-ingenieur der genie, bataljon Mineurs en Sappeurs te Breda en Nijmegen, van 18 augustus 1870 tot 1874
- lid expeditie naar de Westkust van Sumatra (Nederlands-Indië), van 1874 tot 1876 (expeditie onder leiding van J.L. Cluysenaer naar een tracé voor een spoorweg naar een steenkolenveld)
- sectie-ingenieur aanleg, staatsspoorweg te Java, van februari 1876 tot mei 1881
- hoofdingenieur aanleg, staatsspoorweg te Java, van 23 mei 1881 tot 1886
- verlof te 's-Gravenhage, van 1886 tot 1887
- hoofdingenieur en chef aanleg, staatsspoorweg Sumatra, van 1887 tot 1892
- verlof, 1892
- hoofdingenieur en chef aanleg, staatsspoorweg Sumatra, van 1893 tot 1896
- gepensioneerd, vanaf 1896
- directeur N.V. Petroleum maatschappij "Moeara-Enim" te Amsterdam, van 1897 tot 1904 (oprichter; bedrijf werd later overgenomen door de Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij)
- lid gemeenteraad van Amsterdam, van 5 september 1899 tot 4 september 1906 (gekozen in district VI)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 19 september 1905 tot 21 september 1909 (voor het kiesdistrict Amsterdam IV)
- lid Tweede Kamer der Staten-Generaal, van 12 januari 1917 tot 17 september 1918 (voor het kiesdistrict 's-Gravenhage II)
- leraar "Het Nederlandsch Lyceum" te 's-Gravenhage
Partijpolitieke functies
overzicht
- lid Indische commissie, Liberale Unie, vanaf november 1916
Nevenfuncties
- voorzitter KNAG (Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap), van 1899 tot 1921
- lid centrale commissie voor de inrichting van de afdelingen van Nederland en de koloniën op de wereldtentoonstelling te Parijs en van de bijzondere commissie voor de afdeling koloniën, 1900
- lid Raad van Commissarissen Koninklijke Bataafsche Petroleum Maatschappij, vanaf 1904
- lid en voorzitter Raad van Beroep voor mijnwezen, vanaf 1 november 1906 (nog in 1916)
- lid bestuur Koninklijk Instituut voor de taal,- land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië, van 1914 tot 1927
- lid Raad van Advies "De Vereeniging Het Nederlandsch Economisch-Historisch Archief", vanaf 1915
- lid Zuiderzeeraad, van 31 maart 1919 tot 10 oktober 1932
- voorzitter vereniging "Het Nederlandsch Lyceum", omstreeks 1920 en nog in 1925
- voorzitter KILTV (Koninklijk Instituut voor de taal,- land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië), van 1927 tot 1929
- voorzitter KILTV (Koninklijk Instituut voor de taal,- land- en volkenkunde van Nederlandsch-Indië), van 1930 tot 1932
- voorzitter van enige tentoonstellingscommissies
- voorzitter Linschotervereniging
- archiefonderzoeker te 's-Gravenhage
- archiefonderzoeker te Madrid
- archiefonderzoeker te Sevilla
afgeleide functies, presidia etc.
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor hoofdstuk XI (Koloniën) 1908 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
- voorzitter Commissie van Rapporteurs voor het wetsvoorstel Afsluiting en droogmaking van de Zuiderzee (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1916 tot maart 1918
- lid Centrale Afdeling (Tweede Kamer der Staten-Generaal), van september 1917 tot november 1917 (voorzitter derde afdeling)
- voorzitter begrotingscommissie voor de koloniale begrotingen 1918 (Tweede Kamer der Staten-Generaal)
comités van aanbeveling, erefuncties etc.
- erelid KNAG (Koninklijk Nederlandsch Aardrijkskundig Genootschap), vanaf 1921
- erelid KIVI (Koninklijk Instituut van Ingenieurs), vanaf 1922
Opleiding
hoger beroepsonderwijs
- officiersopleiding KMA (Koninklijke Militaire Academie) te Breda
eredoctoraten
- letteren en wijsbegeerte, Gemeentelijke Universiteit te Amsterdam, 8 januari 1921
- technische wetenschappen, Technische Hogeschool te Bandoeng, 7 april 1925
Activiteiten
als parlementariër
- Was woordvoerder Indische aangelegenheden van de Liberale Unie in de Tweede Kamer
- Een door hem in 1907 ingediende (en aangenomen) motie gaf de aanzet tot een onderzoek naar het geweldadige optreden van de Nederlandse troepen in Atjeh onder leiding van Van Daalen
opvallend stemgedrag
- Behoorde in 1908 tot de minderheid van de Unie-liberalen die tegen een (verworpen) motie-Bos stemde over staatsexploitatie van spoorwegen
Wetenswaardigheden
uit de privésfeer
- Initiatiefnemer van de oprichting van het Koninklijk Instituut voor Technisch-Hooger Onderwijs in Nederlands-Indië
- Initiatiefnemer van de oprichting van het Nederlandsch Lyceum in Den Haag
- Zijn schoonvader was predikant
verkiezingen
- Werd in 1902 bij een tussentijdse verkiezing in het district Amsterdam III na herstemming verslagen door P.J. Troelstra (sdap)
- Versloeg in 1905 in het district Amsterdam IV J. Loopuit (sdap)
- Versloeg in 1909 in het district Amsterdam IV J.E.W. Duys, maar bedankte
- Versloeg in januari 1917 bij een tussentijdse verkiezing in het district 's-Gravenhage II L.L.H. de Visser (sdp)
- Versloeg bij de algemene verkiezingen in 1917 P.F. Hubrecht (anti-grondwetcomité) en J.W. Kruyt (bcs)
- Was in 1918 geen kandidaat meer
woonplaats(en)/adres(sen)
- Nederlands-Indë, van 1874 tot 1886
- 's-Gravenhage, van 1886 tot 1887
- Nederlands-Indë, van 1887 tot 1896
- Amsterdam, van 1896 tot 1906
- Bussum, omstreeks 1908 tot 1917
- Wassenaar, huize Oosterbeek, vanaf 1917
ridderorden
- Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw
- Commandeur in de Orde van Oranje-Nassau, augustus 1900 (vanwege lidmaatschap commissie Nederlandse inbreng wereldtentoonstelling)
- Grootofficier in de Orde van Oranje-Nassau, 16 november 1925
overige onderscheidingen en prijzen
Plancius-medaille, 1921
verenigingen, sociëteiten, genootschappen etc.
- lid Koninklijk Instituut van Ingenieurs, vanaf 1874
- lid Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden
Publicaties van/over
literatuur/documentatie
- Levensbericht door F.C. Wieder, in: Levensberichten van leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1933/4, 133
- A.J. Veenendaal jr., "IJzerman, Jan Willem (1851-1932)", in: Biografisch Woordenboek van Nederland, deel II, 637
- P. Hofland, "Leden van de raad. De Amsterdamse gemeenteraad 1814-1941"
Biografisch Woordenboek(en)
biografie opgenomen in het Biografisch Woordenboek van Nederland
publicaties over en van letterkundigen
biografie
archivalia
archief-dr. J.W. IJzerman, Stadsarchief-Amsterdam (nr. 742)
Familie/gezin
huwelijk/samenlevingsvorm
- gehuwd te Tiel, 27 februari 1873 (echtgenote overleden 2 juni 1890)
- gehuwd (tweede huwelijk) te Utrecht, 14 juni 1892
echtgeno(o)t(e)/partner
F.J.J.A. Junius, Francisca Johanna Jacoba Alberta
2e echtgeno(o)t(e)/partner
S.C. Koch, Suzanna Cornelia
beroep echtgeno(o)t(e)/partner
schrijfster
kinderen
- 3 dochters (uit eerste huwelijk)
- 2 zoons en 3 dochters (uit tweede huwelijk)
vader
A. IJzerman, Arie
geboorteplaats en/of -datum
Leerdam, 13 mei 1815
beroep vader
grof- en hoefsmid
moeder
J. van Malsen, Johanna
geboorteplaats en/of -datum
Enspijk, gem. Deil, 1 juni 1813
familierelaties