Antirevolutionair bestuurder. Zoon van een kantonrechter en gelieerd aan diverse Kamerleden van AR-huize. Op dertigjarige leeftijd burgemeester van Veenendaal, wat hij veertien jaar bleef. In 1897 Tweede Kamerlid voor het district Ede en vooral woordvoerder op het gebied van volksgezondheid (krankzinnigenwezen) en landbouw (o.a. bij de behandeling van de Boterwet). Werd in 1902 gedeputeerde en in 1903 lid van de nieuw ingestelde Centrale Raad van Beroep.