Minister van Binnenlandse Zaken in het kabinet-Rochussen en minister van Financiën in het kabinet-Van Zuylen van Nijevelt/Van Heemstra. Was daarvoor als ambtenaar een belangrijke medewerker van Thorbecke en werd door hem in 1852 tot Commissaris van de Koning in Zeeland benoemd. Wist wel een wet over het gebruik van spoorwegen tot stand te brengen, maar zag zijn wetsvoorstel over de spoorwegaanleg stranden in de Eerste Kamer. Als minister van Financiën bekritiseerd vanwege de oplopende tekorten. Telg uit een oud-Hollands regentengeslacht.