Rotterdamse handelaar en bankier, die een belangrijke rol speelde bij de bloei van de Nederlandsche Handel-Maatschappij. Was verantwoordelijk voor het opzetten van een deugdelijke administratie bij de bank, die nadien onder meer in belangrijke mate bijdroeg aan ontwikkeling van de Twentse textielindustrie. De koning benoemde hem in 1846 tot Eerste Kamerlid, waardoor hij in 1848 als één van de liberalere leden steun kon geven aan de Grondwetherziening. Zwager van A. van Gennep, minister en senator.