Quorum

Het quorum is het minimale aantal leden dat aanwezig moet zijn om besluiten te mogen nemen. In de Tweede Kamer is dat 76 en in de Eerste Kamer 38.

Het quorum blijkt uit het aantal handtekeningen op de presentielijst. Er kunnen daardoor feitelijk minder dan 76 leden aanwezig zijn om te kunnen vergaderen. Vooral bij avondvergaderingen komt dat geregeld voor.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Te weinig leden

Het is voorgekomen dat bij een hoofdelijke stemming alsnog bleek dat er onvoldoende leden aanwezig waren. De vergadering moet dan onmiddellijk worden gesloten.

Op 5 juli 2016 vroeg VVD-lid Anne Mulder om hoofdelijke stemming over een door Louis Bontes (Groep-Bontes/Van Klaveren) tegen minister-president Rutte ingediende motie van wantrouwen. Over moties van wantrouwen wordt altijd onmiddellijk na een debat gestemd, in dit geval na een debat over de uitkomst van de Europese Top. Er bleken toen nog slechts zeventien leden aanwezig te zijn.

In februari 1979 forceerde PvdA-Tweede Kamerlid Marcel van Dam door een hoofdelijke stemming dat de behandeling van de begroting van Volkshuisvesting niet kon worden afgerond. Zijn fractie was ontstemd over de wijze waarop minister Beelaerts van Blokland antwoord had gegeven en over het feit dat hij andere vragen weigerde te beantwoorden.

2.

Recente precedenten ontbreken quorum

Als aan het begin van een vergadering onvoldoende leden present zijn, dan worden de namen van de afwezigen (eventueel met reden van afwezigheid) opgelezen. Dat heet het appel nominal.

Voorbeeld van het ontbreken van het quorum waren er in juni 2012. De vergadering van 20 juni was gepland voor 9.00 uur, maar kon pas om 9.25 uur beginnen. Een dag later herhaalde dit zich op vrijwel identieke tijdstippen.

In september 2002 zei voorzitter Weisglas: "De vergadering is een kwartier te laat geopend, omdat er geen quorum was. Dat komt ongetwijfeld door de grote problemen die er vanochtend op een aantal plaatsen in het verkeer waren. Desalniettemin vraag ik op deze manier aan iedereen die het gebouw van de Kamer binnenkomt om meteen te tekenen, omdat wij anders niet met de vergadering kunnen beginnen."

Op maandag 1 november 2004 hadden bij het begin van de vergadering slechts 51 leden getekend. Voorzitter Weisglas stelde voor het plenaire debat over de begroting Buitenlandse Zaken om te zetten in een begrotingsoverleg (waarvoor geen quorum gold). De namen van de afwezigen werden niet voorgelezen, maar wel vermeld in de Handelingen.


Meer over