Jan Marijnissen heeft gisteren de Thorbeckelezing getiteld 'Dimmen of gas geven: hoe de parlementaire democratie overeind te houden in moeilijke tijden' uitgesproken. In zijn lezing ging hij in op de vraag of onze parlementaire democratie wel voldoende is uitgerust om de uitdagingen van de huidige tijd aan te kunnen.
Het doorgeslagen individualisme en gebrek aan respect voor autoriteit gebaseerd op kennis en kunde zijn voor Marijnissen factoren die het functioneren van onze democratie in gevaar brengen. Hij geeft aan dat we wel degelijk autoriteit in onze maatschappij nodig hebben. Een land heeft een elite nodig, een groep van voortrekkers op verschillende maatschappelijke terreinen. Hij vindt dat de culturele, intellectuele en politieke elite te weinig van zich laat horen. Hij ziet het als een vorm van burgerplicht om deze verantwoordelijkheid te nemen.
Wat betreft de inrichting van onze parlementaire democratie is hij minder somber. Wel stelt hij enige aanpassingen voor die de democratische legitimiteit van de politiek kan vergroten. Hij zou graag zien dat de doorloopsnelheid van Kamerleden terug wordt gebracht en dat de Kamer niet gezien wordt als tussenstop in een loopbaan. Ook zou Marijnissen graag willen dat de Kamer meer anticipeert dan reageert. Minder spoedvergaderingen over de waan van de dag en meer onderzoekscommissies. Dat zou het functioneren van de Kamer ten goede komen. Ook ziet hij mogelijkheden om de burgemeester, de commissaris van de Koningin en de minister-president te laten kiezen door respectievelijk de Gemeenteraad, de Provinciale Staten en de Tweede Kamer. Dit zal volgens hem de democratische legitimiteit aanzienlijk verbeteren.
Voor Marijnissen is de oplossing voor het beter laten functioneren van onze parlementaire democratie: méér democratie. Betrokkenheid bij de politiek is er volgens hem voldoende, maar het is aan de samenleving en de politiek om die betrokkenheid te mobiliseren en te kanaliseren.