Jelle zal wel zien: Een nieuw beeld van oud-premier Jelle Zijlstra

De val van het kabinet Cals-Vondeling tijdens de Nacht van Schmelzer in 1966 zorgde in politiek Den Haag voor onstuimige weken. PvdA en KVP stonden met hete hoofden tegen over elkaar en veel kiezers keken met afkeer naar het politieke spel. Wie anders dan Jelle Zijlstra was de aangewezen persoon om reinheid terug te laten keren als premier van een kort tussenkabinet. Zijlstra stond bekend als sobere, degelijke financier die als Minister van Economische Zaken (1952-1959), van Financiën (1958-1963) en Hoogleraar een sterke staat van dienst had opgebouwd. Deze week promoveerde Jonne Harmsma op een proefschrift over Jelle Zijlstra. De klassieke beeldvorming van Jelle Zijlstra stelt hij ter discussie. Zijlstra presenteerde zich als econoom die per toeval in het Haagse was beland. De stelling van Harmsma in de biografie Jelle zal wel zien is dat de Friese financier meer ambitie en politiek vernuft had dan tot nu toe gedacht. Hij moest saaie degelijkheid uitstalen, maar was tegelijkertijd ontzettend bevlogen.

Plichtsbesef

Na de Nacht van Schmelzer presenteerde Jelle Zijlstra zich als een deus ex machina in de top van de Nederlandse politiek. Op 16 september 1966 werd Zijlstra benoemd tot president van De Nederlandsche Bank: een functie die op 1 mei 1967 zou ingaan. Toen het kabinet Cals op 13 oktober 1966 viel, deed hij het dan ook voorkomen of het premierschap hem niet uit kwam. In zijn memoires zegt Zijlstra hierover: “Mij werd slechts achteraf gevraagd de boedel te regelen die uit de aangerichte politieke puinhoop was overgebleven.”[1] Zo’n citaat laat niet veel inspiratie zien om de taak van premier op te pakken. Jonne Harmsma stelt dat de zaak niet zo simpel ligt als Zijlstra in zijn memoires presenteert. Het plichtsbesef dat de premier kenmerkte, ging namelijk gepaard met ambitie en sluw politiek vernuft.

De manier waarop Zijlstra de aanvaarding van het premierschap accepteerde, was volgens Harmsma kenmerkend voor zijn politieke stijl. In dat kader stuitte Harmsma op een leuke anekdote uit de studententijd van Zijlstra. In 1945 werd hij per acclamatie benoemd tot praeses van zijn Rotterdamse Studentenvereniging SSR. Hij toonde zich bij de benoeming hoogst verbaasd en weigerde de benoeming aanvankelijk. Pas toen er geen andere optie mogelijk bleef en hij zich had verzekerd van unanieme steun, liet de student zich naar voren slepen als voorzitter. Per direct toverde hij wel een vergaderagenda uit zijn binnenzak, wat laat zien dat een zekere hunkering naar het ambt hem niet vreemd was.

Econoom

Om de stelling te onderbouwen dat achter het plichtsbesef een lading ambitie schuilging, heeft Harmsma een omvangrijk bronnenonderzoek gedaan in binnenlandse en buitenlandse archieven. De drijfveren van Zijlstra zijn terug te voeren naar de jaren 1930. Zijn jeugd in het Friese Oosterbierum stond in teken van de crisis, die in het dorp aan het waddengebied hard toesloeg. De handel via Harlingen lag plat. Onder die omstandigheden had Zijlstra een inspirerende economieleraar, die vernieuwende ideeën had over de toekomst van de Nederlandse economie na de crisis. Het bracht hem ertoe naar Rotterdam te vertrekken om economie te studeren. Als jong econoom betrad hij het toneel als hoogleraar en in 1952 Minister van Economische Zaken. Het begin van een stormachtige carrière.

Nieuw inzicht

Het nieuwe beeld in de biografie van Zijlstra sluit aan bij zijn indrukwekkende carrière. Hij combineerde zijn premierschap met de portefeuille Financiën, werd president van de Nederlandsche Bank, zetelde in vele Commissariaten en werd voorzitter van de club van rijke centrale banken, de BIS. In al die functies in de tweede helft van de twintigste eeuw zag Zijlstra de wereld van geld, wisselkoersen en kapitaal radicaal veranderen. Op verzoek van de Amerikanen ondernam hij in 1971 een geheime missie om het geldstelsel te redden. Als spiegelbeeld van PvdA-leider Den Uyl drong Zijlstra in Nederland ondertussen consequent aan op een ommekeer in het beleid. Hij was de profeet van de zuinigheid die boven het Binnenhof zweefde, maar naar wie de politiek pas eind jaren zeventig echt ging luisteren.

De biografie over Jelle Zijlstra biedt op die manier niet alleen een nieuw inzicht in deze belangrijke politicus en econoom, maar ook in belangrijke ontwikkelingen uit de twintigste eeuw. Zijlstra was onderdeel van de vernieuwingsdrift na de Tweede Wereldoorlog, de strijd tussen het kapitalisme en het communisme, de kruisbestuiving tussen het bedrijfsleven en de politiek en de oplopende spanning tussen het Binnenhof en de Nederlandsche Bank in de jaren 1970. Harmsma vult een hiaat in de geschiedenis door een systematische blik te werpen op de wortels, de intenties en het belang van Jelle Zijlstra. De titel van de biografie Jelle zal wel zien verwijst naar het beroemde lied van cabaretier Wim Kan over de premier in 1966.

De promotie van Jonne Harmsma vond plaats op 29 november 2018 in het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen. Harmsma werd op het Biografie instituut van de RUG begeleid door prof. Hans Renders en Jan Marc Berk.

[1] J. Zijlstra, Per slot van rekening. (1992), 166-168.