Regeerakkoord 1977

Een belangrijk uitgangspunt van het regeerakkoord van CDA en VVD was dat aan overheidsbemoeienis grenzen werden gesteld. Extra taken zouden alleen worden opgepakt als er maatschappelijke nood was of onrecht moest worden opgeheven. Van de door het kabinet-Den Uyl voorgestelde hervormingen kreeg de Wet investeringsrekening voorrang. Ook het plan voor een vermogensaanwasdeling zou worden doorgezet, al stond de uitwerking nog niet vast. Bij de onteigening van grond zou voor de schadeloossteling op basis van de verkeerswaarde uitgangspunt blijven. Het kabinet-Den Uyl had voorgesteld de gebruikswaarde als basis te kiezen.

Op sociaaleconomisch gebied waren groei van werkgelegenheid, terugdringing van de inflatie, handhaving van de koopkracht voor lagere en middeninkomens en ombuiging van de groei van de overheidsuitgaven belangrijke speerpunten. Ook de sociale zekerheid zou daarbij niet buiten schot blijven. Inkomens dienden zeer gematigd te stijgen. Er kwam onderzoek naar beheersing van het begrotingstekort.

De al tijdens de onderhandelingen tussen PvdA, CDA en D66 overeengekomen afspraak over abortus bleef gehandhaafd. Dat hield in dat het kabinet zelf met een wetsvoorstel zou komen om tot een aanvaardbare regeling voor het toestaan van abortus te komen. Op onderwijsgebied werden experimenten voortgezet die mogelijk tot een middenschool konden leiden. De ontwikkelingshulp bleef op 1,5 procent van het netto nationale inkomen.


Meer over