Toeschouwers, consumenten en deelnemers

2 september 2011, column Bert van den Braak

Don't ask what the country can do for you, ask what you can do for the country! Die retorische vraag van president Kennedy heeft nog niets aan actualiteitswaarde verloren. In de openingsspeech van de door het Montesquieu Instituut georganiseerde zomerconferentie over tanend vertrouwen in instituties wierp minister Donner die vraag - zij het in andere bewoordingen - terecht opnieuw op.

De minister stelde dat burgers bij problemen wel erg snel naar de overheid kijken en dat de overheid, zeker in het verleden, vaak een grote - in zijn ogen te grote - bereidheid toonde om aan wensen van de burgers tegemoet te komen. Dat is echter slechts één zijde van het probleem. Donner ziet als remedie het leggen van grotere verantwoordelijkheid bij de burgers zelf. Zij moeten - met name in eigen omgeving - zelf initiatieven ontplooien.

Keerzijde is dat de nu vooral vragende en consumerende burgers meer participerende burgers moeten worden. En de vraag is of dat - zeker op korte termijn - is te verwachten. De geïndividualiseerde burgers zijn behalve consument immers steeds meer toeschouwer geworden*. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het afnemend aantal leden van politieke partijen en van vakbonden, maar ook uit de steeds grotere moeite die verenigingen hebben om actieve (bestuurs)leden te vinden. Ook de hogere 'doorloopsnelheid' van politici is daarvan een uiting. Functies in de politiek zijn meer en meer onderdeel van een doorlopende carrière, die vaak spoedig in andere maatschappelijke sectoren of in het bedrijfsleven wordt voorgezet.

Dat laatste is mede een gevolg van een groter afbraakrisico; een risico dat niet alleen individuen treft, maar ook overheidsinstellingen. Minister Donner benadrukte dat fouten nu eenmaal onvermijdelijk zijn en dat er meer goed gaat dan fout. Dat is op zich juist, maar voor fouten van instellingen geldt evenzeer dat die breed, herhaald en dus intensief worden uitgesponnen. En fouten zoals bij de aanleg van de HSL, bij de overheidscommunicatie (C2000), bij de Betuwelijn, bij de automatisering van de belastingdienst, en evenzeer op lokaal niveau, moeten serieus worden genomen. Ze waren immers in sterke mate verantwoordelijk voor de sterkere sceptische houding.

Dat er zaken misgaan, hangt mede samen met de toegenomen complexiteit van zowel samenleving als technologische processen. Ambities en haalbaarheid dienen zoveel mogelijk met elkaar in overeenstemming te zijn. Wat dat betreft wekt bijvoorbeeld de invoering van de OV-chipkaart niet direct vertrouwen. Tegelijkertijd moet er het besef zijn dat zonder risico's en zonder nieuwe initiatieven stagnatie en technologische achterstand opdoemen. Troost is wellicht dat als projecten uiteindelijk zijn afgerond (denk aan de Haagse tramtunnel of Randstadrail) eerdere problemen snel zijn vergeten. Vergroting van het lerend vermogen van de overheid- bijvoorbeeld door rapporten van de Algemene Rekenkamer serieus te nemen - blijft echter noodzaak.

Van groot belang is ook dat bestuurders en politici uitleggen waarom wensen soms niet kunnen worden gehonoreerd. Daarbij moet op de koop toe worden genomen dat niet alle burgers daarvoor openstaan, mede omdat onvrede soms door politici als politiek strijdmiddel wordt gebruikt. Goede informatie kan echter wel degelijk bijdragen aan beter begrip en aan het wegnemen van wantrouwen. Kritische media zijn goed, maar er mag best ook worden gewezen op ontwikkelingen die wel goed (of beter) gaan.

Ten slotte is bevorderen van burgerparticipatie onverminderd nodig. Dat gebeurt in het onderwijs al en daarnaast zijn er belangrijke initiatieven zoals het Model European Parliament (MEP). Daarin bootsen scholieren zittingen van het Europees Parlement na om zelf te ervaren hoe Europese samenwerking in de praktijk werkt.

Wie spelregels kent en - beter nog - zelf het spel (ook al is dat dan via een simulatiespel) heeft gespeeld, zal meer begrip hebben voor de (on)mogelijkheden van de overheid. Het zorgt tevens voor jonge burgers die weten dat zij antwoord kunnen geven op de vraag die Kennedy ooit stelde.

  • * 
    zie onder andere: Remieg Aerts, "Het aanzien van de politiek" (Prometeus Amsterdam, 2009)


Andere recente columns