Raad voor Cultuur (RvC)

Dit wettelijk adviesorgaan is ingesteld om de Nederlandse regering en het parlement te adviseren op het terrein van kunst, cultuur en media. De Raad is onafhankelijk en adviseert, gevraagd en ongevraagd, over actuele beleids­kwesties en subsidie­besluiten. De meeste adviezen worden uitgebracht op aanvraag van het ministerie van OCW. Ook andere bewindslieden en de Eerste en Tweede Kamer kunnen de Raad om advies vragen.

Taken en bevoegdheden

De Raad voor Cultuur adviseert op drie niveaus. Ten eerste brengt de Raad beleidsadviezen uit over actuele beleidskwesties. Ten tweede adviseert de Raad eens per vier jaar over de toekenning van vierjarige rijkssubsidies aan culturele instellingen, sectorinstituten en fondsen. Tot slot geeft de raad zogenoemde 'uitvoeringsadviezen' over aanvragen tot aanwijzing als professionele organisatie voor monumentenbehoud, over immaterieel erfgoed (UNESCO) en over het Europees Erfgoedlabel.

Naast het uitbrengen van adviezen organiseert de Raad publieksdebatten en expertmeetings, om onderwerpen en thema’s die relevant zijn voor de Raad en het cultuurdebat uit te diepen en te bediscussiëren.

Voorheen had de Raad ook taken op het gebied van de aanwijzing en afvoering van rijksmonumenten, maar deze zogenoemde 'uitvoeringstaken' zijn in juli 2016 overgedragen aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Ook werkzaamheden die samenhangen met de Wet tot behoud van cultuurbezit zijn overgedragen aan deze dienst.

Positie en organisatie

Aangezien de Raad voor Cultuur twee hoofdfuncties heeft - het adviseren over het cultuurbeleid en het beoordelen van de kwaliteit van culturele instellingen ten behoeve van de subsidieverstrekking - is de Raad gelaagd samengesteld. Naast de Raad zelf zijn er specialistische commissies. De raad wordt bijgestaan door een secretariaat.

De beleidsadviesfunctie wordt uitgeoefend door de Raad zelf, die bestaat uit acht leden. De leden zijn afkomstig uit de culturele sector, de media en de wetenschap. Zij worden voor vier jaar benoemd door de koning en het kabinet, op voorstel van een onafhankelijke benoemingscommissie.

De kwaliteitsbeoordeling ligt primair in handen van de vakspecialistische commissies. Deze domeincommissies volgen het werk en de prestaties van de gesubsidieerde instellingen door middel van gesprekken en bezoeken. De commissies beslaan vier domeinen:

  • Beeldende Kunst, Vormgeving en Architectuur
  • Erfgoed (Musea, Monumentenzorg, Archeologie en Archieven)
  • Media (Film, Letteren, Bibliotheken, en Pers & Omroepen)
  • Podiumkunsten (Theater, Dans, Muziek & Muziektheater).

De commissieleden worden, na openbare werving, door de Raad geselecteerd op basis van hun deskundigheid op een bepaald cultureel gebied. Zij worden voor een periode van vier jaar benoemd door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. Daarnaast kunnen over specifieke onderwerpen tijdelijk externe adviseurs worden aangesteld.


Meer over