Cijfers kabinet-Van Agt I (1977-1981)

Het kabinet-Van Agt I slaagde er niet in de economische naweeën van zowel de oliecrisis van 1973 als van het beleid van het kabinet-Den Uyl het hoofd te bieden. In 1979 kwam daar een tweede oliecrisis bovenop. Toen vervolgens minister Andriessen (Financiën) in 1980 bakzeil haalde met zijn verdere bezuinigingsplannen, ontwikkelde het kabinet zich qua economische prestaties tot één van de slechtst presterende van de langer zittende kabinetten in de periode 1971-2007.

Inhoudsopgave van deze pagina:


1.

Algemeen beeld

Het kabinet-Van Agt I erfde een ontsporende verzorgingsstaat van het kabinet-Den Uyl. Toen zich in 1979 een tweede oliecrisis voordeed, ontwikkelde de economie zich dramatisch. In maart 1979 verscheen een tussenrapportage, waarin met name een verslechtering van de betalingsbalans werd gesignaleerd en een oplopend financieringstekort. De inflatie, die aan het begin van de kabinetsperiode juist iets begon te dalen, steeg van 4,1% in 1978 naar 6,7% in 1981.

Het kabinet zette in op wijziging van het aanpassingsmechanisme voor minimuminkomen en sociale verzekeringen, op matiging van lonen van ambtenaren en trendvolgers, herstructurering van de kinderbijslag, kostenbeheersing in de gezondheidszorg en (aanvullende) bezuinigingen op de overheidsuitgaven. Wel kwam er meer geld voor stadsvernieuwing, exportbevordering en energiebesparing.

2.

Arbeidsmarkt

De arbeidsinkomensquote (AIQ) bereikte in 1979 de recordhoogte van 80,7%. De werkloosheid steeg in de jaren 1977-1981 met 1,3%-punt, het aantal werklozen met 91 duizend en het aantal werkloosheids- en bijstandsuitkeringen met 173 duizend. Het aantal arbeidsongeschiktheidsuitkeringen steeg van 490 duizend in 1977 naar 637 duizend in 1981.

3.

Overheidsfinanciën

Het kabinet-Van Agt I praatte veel over de noodzaak van bezuinigingen, maar presteerde uitermate zwak op budgettair gebied. Het kabinet wist de overheidsuitgaven niet onder controle te krijgen. De bruto collectieve uitgaven stegen tussen 1977 en 1981 met 5,3%-punt. Het begrotingssaldo verslechterde met 2,7%-punt BBP. Dit is opmerkelijk omdat Hans Wiegel, vicepremier in het kabinet-Van Agt I, vanuit de oppositie nog zware kritiek had uitgeoefend op het begrotingsbeleid van het kabinet-Den Uyl.

Hoewel de verslechtering van de overheidsfinanciën voor een groot deel te maken had met de grote toename van het aantal uitkeringen, was het kabinet weinig slagvaardig. In 1978 bracht het kabinet de Nota Bestek'81 uit, waarin ombuigingen werden aangekondigd. Verder werd gekort op uitkeringen en ambtenarensalarissen. Al in maart 1979 bleek dat het financieringstekort opliep naar 5 procent, hoger dan eerder was geraamd.

In maart 1980 wilde CDA-minister Andriessen (Financiën) een stringenter ombuigingsbeleid voeren dan de overige ministers. Hoewel de VVD de lijn van Andriessen feitelijk deelde, besloten de VVD-ministers onder aanvoering van vicepremier Wiegel hem toch niet te steunen. Daarmee werd een kabinetscrisis voorkomen. De minister en zijn staatssecretaris, Nooteboom, traden hierop af. Andriessen werd opgevolgd door zijn partijgenoot Van der Stee.


5.

Kerncijfers

Mutatie (%), tenzij anders vermeld

1977

1978

1979

1980

1981

Gem.

Verschil 1981-1977

BBP (niveau, mrd €)

136,9

147,8

158,4

170,8

180,3

158,8

43,4

BBP

2,2

2,8

2,1

1,3

-0,9

1,5

-3,1

Arbeidsproductiviteit bedrijven (per uur) (%)

3,1

3,8

1,4

-0,6

-0,6

1,4

-3,7

Relevante wereldhandel

3,6

4,0

8,0

0,8

0,9

3,5

-2,7

Wereldhandelsvolume

4,7

5,6

7,4

2,4

3,2

4,7

-1,5

Wereldeconomie

4,4

4,6

3,8

2,1

1,9

3,4

-2,5

6.

Overheidsfinanciën

% BBP

1977

1978

1979

1980

1981

Gem.

Verschil 1981-1977

EMU-saldo

-0,7

-2,0

-2,4

-3,8

-4,7

-2,7

-4,0

EMU-schuld

39,0

40,2

41,8

44,1

47,4

42,5

8,4

Bruto collectieve uitgaven

51,6

53,0

54,4

55,9

56,9

54,4

5,3

Collectieve lasten

40,8

41,1

41,5

41,1

40,3

41,0

-0,5

7.

Lonen en prijzen

%, tenzij anders vermeld

1977

1978

1979

1980

1981

Gem.

Verschil 1981-1977

Inflatie (hicp) (%)

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

n.b.

Inflatie (CPI) (%)

6,7

4,1

4,2

6,5

6,7

5,6

0,0

Arbeidsinkomensquote

80,0

80,6

80,7

79,5

77,3

79,6

-2,7

Olieprijs (USD/vat)

13,4

13,6

31,0

36,9

35,5

26,1

22,1

Contractloonmutatie marktsector

7,6

6,5

5,6

4,7

4,0

5,7

-3,6

8.

Arbeidsmarkt en sociale zekerheid (1)

Dzd, tenzij anders vermeld

1977

1978

1979

1980

1981

Gem.

Verschil 1981-1977

Werkloosheid (%)

4,3

4,4

4,6

4,5

5,6

4,7

1,3

Werkloosheid (personen)

252

259

273

273

343

280,0

91,0

Groei werkgelegenheid (uren) (%)

-1,0

-0,8

0,9

1,6

-0,2

0,1

0,8

Werkloosheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

150

144

170

161

260

177,1

110,5

Bijstand (WWB/IOAW/IOAZ) (personen)

170

172

181

192

232

189,4

62,0

Werkloosheids- + bijstandsuitkeringen

320

316

351

353

492

366,5

172,5

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

490

543

572

611

637

570,7

147,0

Uitkeringen ziekte (uitkeringsjaren)

275

287

292

292

275

283,9

0,0

9.

Arbeidsmarkt en sociale zekerheid (2)

Dzd, tenzij anders vermeld

1977

1978

1979

1980

1981

Gem.

Verschil 1981-1977

Werkloosheid (%)

4,3

4,4

4,6

4,5

5,6

4,7

1,3

Werkloosheid (personen)

252

259

273

273

343

280,0

91,0

Groei werkgelegenheid (uren) (%)

-1,0

-0,8

0,9

1,6

-0,2

0,1

0,8

Werkloosheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

150

144

170

161

260

177,1

110,5

Bijstand (WWB/IOAW/IOAZ) (personen)

170

172

181

192

232

189,4

62,0

Werkloosheids- + bijstandsuitkeringen

320

316

351

353

492

366,5

172,5

Arbeidsongeschiktheidsuitkeringen (uitkeringsjaren)

490

543

572

611

637

570,7

147,0

Uitkeringen ziekte (uitkeringsjaren)

275

287

292

292

275

283,9

0,0


Meer over