Krachtdadige uit Groningen afkomstige liberale burgemeester van Utrecht onder wiens bewind straten werden verbreed, plantsoenen werden verfraaid en parken werden aangelegd. Deed ook veel aan het verbeteren van leefomstandigheden, het onderwijs en de volksgezondheid in zijn stad. Was aanvankelijk officier en later firmant van een suikerfabriek. Na zes jaar wethouderschap volgde zijn benoeming tot burgemeester van Utrecht. Werd in 1901 door de Utrechtse universiteit tot eredoctor benoemd. Weigerde in 1905 een opdracht tot kabinetsformatie.