Telg uit een vooraanstaande Nederlandse familie met academische traditie, die al jong op eigen benen kwam te staan, maar als advocaat in Amsterdam weinig succes had. Sinds 1936 geheim lid van de NSB. In 1943 na een aanslag op de pas benoemde S.G. belast met waarneming leiding departement van Volksvoorlichting en Kunsten. Eenzame, gesloten figuur en zwakke persoonlijkheid, die na Dolle Dinsdag zijn departement in Groningen in grote chaos achterliet. Door eigen partijgenoten gerangschikt onder de 'labbekakken'.