In Indië opgegroeide diplomaat die gezant was in Warschau toen hij in 1934 in verband met de bezuinigingen op wachtgeld werd gesteld. Sloot zich in mei 1940 aan bij de NSB en werd een jaar later Commissaris der Provincie Utrecht. Was met zijn gedachten doorgaans meer bij zijn geknakte carrière dan bij het provinciaal bestuur. Als voorzitter van het Rode Kruis zo inschikkelijk, dat hij accepteerde nooit te mogen presideren.