Surinaamse staatsman, eerste president na de onafhankelijkheid van Suriname in 1975. Voor alles onderwijzer en pedagoog. In 1950 promoveerde hij in Amsterdam op een pedagogische studie over Suriname. Statenlid en later minister-president voor de Nationale Partij Suriname. Daarna, na zes jaar in Nederland ambtenaar bij Onderwijs te zijn geweest, directeur bij tin-maatschappij Billiton. Vanaf 1968 was hij de laatste Gouverneur van Suriname. Na de staatsgreep van 1980 verliet hij Suriname, om er pas na het herstel van de democratie terug te keren. Actief op onderwijskundig en kerkelijk gebied. Zowel in eigen land als in Nederland zeer gerespecteerd.