Officier en gematigde orangist die tussen 1766 en 1795 bestuursfuncties uitoefende in Friesland, zoals gedeputeerde staat, burgemeester, grietman en afgevaardigde naar de Staten-Generaal. Tussen 1795 en 1801 ambteloos, maar in dat jaar benoemd in het Staatsbewind. Had daarna nog een jaar zitting in het Wetgevend Lichaam.