Verlichte, doopsgezinde Amsterdamse advocaat en ambtenaar, die in 1846 tijdelijk minister van Binnenlandse Zaken was. Regent van diverse charitatieve Amsterdamse instellingen. Vervulde tijdens de inlijving een functie bij de Franse Staatsraad in Parijs en werd na 1813 ambtenaar. Hield zich vooral bezig met het armwezen. Zijn ambtelijke loopbaan eindigde als secretaris-generaal, in welke hoedanigheid hij tijdelijk het ministerschap waarnam.