Uit Franeker afkomstige geleerde; hoogleraar in natuur-, wis-, sterren- en geneeskunde in Leiden. Werd door Lodewijk Napoleon belast met de gezondheidszorg in het leger en benoemd tot lid van de Staatsraad. Was later diens lijfarts. Tijdens de inlijving lid van het provinciaal bestuur. Bleef hoogleraar tot zijn overlijden in 1819.