Uit een orangistische regentenfamilie afkomstige bestuurder en letterkundige. Ging al voor zijn veertiende in Leipzig studeren en was later student in Göttingen en Leiden. Na zijn promotie in de rechten schreef hij historische werken. Hij maakte toen deel uit van talrijke wetenschappelijke genootschappen. Kwam in 1787 in het stadsbestuur van Leiden en was ook gedeputeerde in de Staten-Generaal. Na de omwenteling van 1795 maakte hij reizen, om in 1802 terug te keren als provinciebestuurder. Lodewijk Napoleon benoemde hem in de Staatsraad en daarna leidde hij de departementen van Onderwijs en Wetenschappen en van Kunsten en Wetenschappen. Bevorderde het museumwezen en kunstonderwijs. In 1811-1813 lid van de Senaat in Parijs. Naamgever van het boekhistorische museum in Den Haag.