Haarlemse jurist, wiens bestuurlijke loopbaan in 1795 begon als lid van de (patriottische) voorlopige stedelijke raad. Wisselde nadien bestuurlijke en rechterlijke functies af. Zo was hij agent en secretaris van staat van Justitie, president van het Nationaal Gerechtshof en lid van de Staatsraad. Tijdens de inlijving was hij rechter in het Hof van Cassatie in Parijs.