Bekwame, maar plooibare ambtenaar en bestuurder die na 1795 steeds in functie bleef, ondanks wisseling van het regime. Vervulde aanvankelijk bestuursfuncties in Zutphen, maar moest die in 1787 neerleggen vanwege zijn patrottische gezindheid. Werd in 1795 griffier van het Hof van Justitie van Gelderland, lid van het comité revolutionair in Arnhem en lid van de Nationale Vergadering. Na de staatsgreep van januari 1798 als federalist gevangen gezet, maar later dat jaar benoemd tot secretaris van het Uitvoerend Bewind. Werd daarna algemeen secretaris van het Staatsbewind en secretaris van staat. Tijdens de Franse overheersing landdrost van Maasland en in 1814 lid van de Raad van State. Was als niet-katholiek en vrijmetselaar Gouverneur van Noord-Brabant.