Directeur van het Kabinet der Koningin ten tijde van koningin-regentes Emma en de eerste regeringsjaren van Wilhelmina. Zoon van de Haagse burgemeester. Werd in 1875 ambtenaar van het Kabinet en in 1893 al tijdelijk belast met de leiding daarvan. Van Houten benoemde hem in 1894 definitief toen door verzet van Emma was afgezien van een drastische reorganisatie van het Kabinet. Hield goed het oog op toekenning van de juiste ridderorden aan staatslieden en benaderde in 1897 namens de jonge koningin Wilhelmina de kandidaten voor de functie van kabinetsformateur.