Telg uit een oud Limburgs geslacht van katholieke bestuurders die na zeventien jaar burgemeester te zijn geweest op het Brabantse platteland op aandrang uit de provincie zelf commissaris van de Koningin in Noord-Brabant werd. Gewend een collegiaal bestuur voor te zitten, streefde hij in het college van Gedeputeerde Staten actief naar compromissen. Integer en stijlvol, maar ook doortastend bestuurder met grote aandacht voor de sociale en economische belangen van de Brabanders. Tamelijk bescheiden en diplomaat. Vriendelijk gedistingeerd heer, die zo nodig op de fiets naar het Provinciehuis kwam en ook bij de koninklijke familie reçu was.