Katholieke magistraat die bijzonder op zijn plaats was als burgemeester van Breda, maar later - met enige tegenzin - commissaris van de Koningin in Limburg werd. Zoon van een Amsterdamse patriciër en gemeenteraadslid. Begon zijn eigen loopbaan in de ambtelijke sfeer en was onder meer commies-griffier van de Tweede Kamer. Zette zich als burgemeester sterk in voor de belangen van Breda en kreeg bij zijn afscheid veel lof toegezwaaid. Tijdens de oorlog ontslagen als commissaris van de Koningin vanwege zijn anti-Duitse houding en later benoemd in het College van Vertrouwensmannen. Nam twee jaar na de oorlog ontslag als Ccommissaris.