Liberale notariszoon, die, zelf ook notaris zijnde, in Groningen zijn vader opvolgde. In de bezettingstijd vier jaar gegijzeld. Was van 1954 tot zijn dood, eind 1961, een wilskrachtige maar ook hoffelijke Commissaris van de Koningin in Groningen. Bemoeide zich weinig met het beleid, dat hij graag overliet aan zijn gedeputeerden. Deftig, maar niettemin eenvoudig man, gehuwd met Estlandse barones. Was Kamerheer in buitengewone dienst van koningin Juliana. Had een brede culturele belangstelling.