Beminnelijke liberale Groninger die na zijn hbs-opleiding naar de traditie in zijn familie landbouwer werd op de vaderlijke boerderij en daarnaast zeer actief was in het openbaar bestuur en het agrarische organisatiewezen. Was als 27-jarige de jongste burgemeester van Nederland en als 34-jarige gedeputeerde. In 1941/42 waarnemend Commissaris van de Koningin en daarna provinciaal voedselcommissaris. Na de bevrijding CdK van Groningen, wat hij tien jaar zou blijven. Arbeidzame bescheiden nuchtere man met een helder verstand. Vond zichzelf een geluksvogel en was zeer verrast met zijn benoeming tot eredoctor van de Groningse universiteit.