Rekenkamer-lid en -president aan het einde van de negentiende eeuw. Kleinzoon van een minister van Financiën en (aangetrouwde) neef van J.J.L. van der Brugghen. Begon zijn loopbaan als provinciaal ambtenaar en was later chef van de afdeling Comptabiliteit van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Maakte drieëndertig jaar deel uit van de Algemene Rekenkamer.