Zuid-Nederlandse rechtsgeleerde en lid van de Grondwetscommissie van 1815. Klerikaalgezind. Tegenstander van de hervormingen van keizer Jozef II en leider van de revolutionaire beweging in Vlaanderen. In de Franse tijd gevangene en vluchteling, maar na 1800 opnieuw bestuurder en lid van het Wetgevend Lichaam. Weigerde in 1815 het lidmaatschap van de Tweede Kamer.