Liberale rechtsgeleerde die, na gemeentesecretaris in Groningen te zijn geweest, in die plaats hoogleraar werd. Deskundig op het gebied van staats- en administratief recht en kenner bij uitstek van het gemeenterecht, waarover hij een standaardwerk schreef. Volgde in 1893 Buys op als hoogleraar in Leiden, waarna hij ook volkenrecht ging doceren. Vooraanstaand lid van de joodse gemeenschap en lid en voorzitter van diverse (Staats)commissies. Leidde de commissie die in 1913 de evenredige vertegenwoordiging voorbereidde. Eindigde zijn loopbaan als lid van de Raad van State.