Hoogleraar en griffier van de Eerste Kamer die zijn loopbaan afsloot als waarnemend vicepresident van de Raad van State. Werd in 1935 op 34-jarige leeftijd de eerste katholieke griffier van de Eerste Kamer, nadat hij op zijn 26ste al commies-griffier was geworden. Vanaf 1938 tevens buitengewoon hoogleraar staats- en administratiefrecht in Tilburg. Als griffier gewaardeerd door de Kamerleden, onder andere vanwege zijn bescheidenheid en wetenschappelijke inbreng. Liet het organisatorische werk in de Senaat veelal over het hoofd van de griffie. Na het vertrek van Beel in 1972 leidde hij een jaar als waarnemend president de Raad van State, waarvan hij sinds 1957 deel uitmaakte.