Degelijk bestuurder uit een vermogende calvinistische Groningse regentenfamilie. Werd na tien jaar advocaat te zijn geweest kantonrechter in Groningen en was Statenlid. In 1888 volgde zijn benoeming tot Commissaris van de Koningin in Drenthe. Zorgde er in die functie voor dat er ook antirevolutionairen tot burgemeester werden benoemd. Werd door de liberalen gepasseerd bij een voordracht voor de Hoge Raad. Dankte zijn benoeming tot vicepresident van de Raad van State in 1903 aan het kabinet-Kuyper. Grootvader van freule Wttewaall van Stoetwegen.