Zwolse patriot en zoon van een ambtenaar, wiens bestuurlijke loopbaan na 1795 begon als lid van de provisionele representanten van het volk van Overijssel. Werd in 1796 lid van de Nationale Vergadering, maar als federalist in 1798 gevangen gezet. In 1801-1805 was hij lid van het Staatsbewind, het hoogste bestuursorgaan van de Bataafse Republiek. Daarna vervulde hij functies als staatsraad en landdrost. Tijdens de inlijving maakte hij deel uit van het Wetgevend Lichaam in Parijs. Onder Willem I was hij drie jaar lid van de Raad van State en zat hij in de Grondwetscommissie van 1815.